Monitoring: you can’t manage what you don’t measure

“You can’t manage what you don’t measure”

Monitoring. Er zijn duizend en één manieren waarop je kan monitoren en de keuze van de methode is geheel afhankelijk van het onderwerp en het uiteindelijk te behalen doel. Het opzetten van een monitoringprogramma is maatwerk.

In toenemende mate van complexiteit voeren we drie typen monitoring uit:

  • monitoring ter controle
  • trendmonitoring
  • Ingreep- en effectmonitoring

Het ministerie schrijft in zijn ontheffingsverlening vaak de meest eenvoudige vorm voor. Monitoring is in zo’n geval niet meer dan een controle. De compensatie voor een ingreep (bijvoorbeeld het ophangen van een vleermuiskast) heeft plaatsgevonden en de opdracht is om te kijken of deze door vleermuizen in gebruik wordt genomen.

Toestand en trend
Al meer tijdrovend wordt het bij het bepalen een trend. Zijn populaties van een bepaalde soort(groep) stabiel of nemen ze toe of af? Deze vraag vergt meer van een monitoringprogramma. Zaken als tijd, locatie en daarmee de meetfrequentie gaan een belangrijke rol spelen.

Ingreep en effect
Monitoring wordt nog een stuk complexer wanneer de effecten van een ingreep bepaald moeten worden. Naast het bepalen van de eindtijd (wanneer willen we de resultaten), locatie en meetfrequenties gaan allerlei stoorvariabelen een rol spelen. Zaken die je niet wil monitoren, maar wel mee zal moeten nemen om je conclusies hard te kunnen maken: significantie.

Onze monitoring van de Meeslouwerplas (zie projecten) zit ergens tussen de laatste twee types in.